Door Gilles Honoré
Je kan thuis perfect een eigen opnamestudio maken voor podcasts, muziek … Daarbij is het wel belangrijk om met een aantal wetmatigheden van geluid rekening te houden. Je kan het natuurlijk zo duur maken als je zelf wil, maar ook met een beperkt budget kan je al één en ander optimaliseren.
Heeft mijn opnamestudio een akoestische behandeling nodig?
Het antwoord is – helaas misschien? – zo goed als zeker ‘ja’. Een kamer in een huis is nu eenmaal niet gebouwd om geluidsopnames te maken. Enkele objectieve tests die je kan uitvoeren zijn:
- Nagaan of je mix elders anders klinkt dan de opname in je thuisstudio
- In de handen klappen: hoor je een korte echo? Dit is een zogenaamde flutter echo
- Nagaan of het geluid verandert naarmate je je beweegt in de ruimte: hoor je meer opbouw van bassen in de verste hoek?
Geluidsbron versus akoestiek
Om te beginnen is het nuttig om een basisinzicht te hebben in hoe geluid werkt. Wat we horen is nooit het resultaat van wie of wat het geluid produceert alleen. Het is de combinatie van direct geluid afkomstig van de geluidsbron en indirect of gereflecteerd geluid. Dit laatste zorgt voor het specifieke karakter van het geluid, en noemen we ook de ‘akoestiek’. Het is ook dat gereflecteerd geluid dat voor een aantal problemen kan zorgen.
Flutter echo en staande golven
Twee van de meest voorkomende geluidsproblemen zijn ‘flutter echo’ en staande golven.
Flutter echo betekent dat er te veel reflectie is van de hoge frequenties. Hierdoor worden de ruimtelijkheid en de klankbalans van het geluid aangetast. Dit probleem pak je aan door geluidsabsorberend materiaal aan te brengen in de ruimte. Staande golven komen voort uit basklanken en slaan zich op in de hoeken van een ruimte. Bass traps of basvallen verminderen die bassen.
Absorbers en bass traps
Als je al eens een opnamestudio zag, in het echt of op tv, kan je je ongetwijfeld een beeld vormen bij absorbers. Het zijn de grote panelen uit schuimrubber, glaswol, steenwol … al dan niet voorzien van uitstulpingen. De kern van de zaak is dat deze materialen dankzij hun dikte, poreusheid en reliëf geluidstrillingen omzetten in (een beperkte hoeveelheid) warmte en de weerkaatsing van de geluidsgolven die voor ‘galm’ zorgen, tot een minimum reduceren.
Als je moet kiezen om één akoestische ingreep te doen, verkies dan bass traps of basvallen boven de ‘gewone’ absorbers. Zoals de naam weggeeft, vangen ze de lage frequenties (bassen) op, die zich vooral in de hoeken opstapelen, waar je deze dus aanbrengt. Ze zijn het belangrijkste element van akoestische verbetering in elke opnamestudio. Bovendien absorberen ze naast de lage tonen ook een deel midden en hoge frequenties.
In tegenstelling tot gewone absorbers, kan je er nooit te veel bass traps hebben. Voor het overige akoestische materiaal is een vuistregel één derde van de ruimte. Stel dat je elke vierkante centimeter zou bekleden met akoestische panelen, dan gaat je ruimte allicht onnatuurlijk en zelfs ‘doods’ klinken. Dat wil je niet. Je hebt altijd een beperkte mate van reflectie of galm nodig.
- Poreus en absorberend materiaal zoals schuimrubber
- 2,5 à 5cm dik
- Vuistregel één derde van de ruimte bekleden
- Bass traps kan je nooit te veel hebben
Diffusors in je opnamestudio
Om een ‘droge’ ruimte te bekomen, maken we dus gebruik van absorberende materialen. Maar we willen daarnaast ook een zekere levendigheid behouden. Hier komen diffusors van pas. Deze elementen, vaak uit hout, hebben een onregelmatige structuur waardoor ze het geluid ongelijk verspreiden. Zo blijft voldoende akoestische energie in de ruimte aanwezig.
In de meeste thuisstudio’s vind je geen diffusers terug omwille van twee redenen. Ten eerste zijn ze een pak duurder dan de absorbers. Ten tweede heeft een kleine ruimte er iets minder nood aan dan de nood aan absorbers.
(Lees verder onder de foto)
Welke goedkope alternatieven bestaan er?
Klap eens in je handen in je slaapkamer en vervolgens in de badkamer. De kans is groot dat je in je badkamer veel meer galm hoort. Hier een podcast opnemen is geen goed idee. Wat je nodig hbet zijn zachte materialen zoals tapijten, gordijnen, kussens … Deze komen allenmaal de akoestiek ten goede. Het is zeker een stap in de goede richting, maar besef dat ze slechts aanvullend zijn. Hun effect op de lage bastonen is bijvoorbeeld erg gering.
Diffusors zijn nog een stuk duurder dan absorbers. Een goed alternatief die misschien wel iedereen in huis heeft? Een boekenkast! Door de onregelmatige vorm van alle boeken, wordt het geluid hierlangs prima verspreid.
Opnamestudio van eierdozen?
Eierdozen hebben één bijzonder goede eigenschap. Ze kunnen prima eieren vervoeren. Voor akoestische toepassingen is hun meerwaarde nihil. De structuur mag dan wel veelbelovend lijken, het karton van de eierdozen heeft amper absorberende kwaliteiten.
Conclusie
Je kan wel degelijk thuis je eigen opnamestudio bouwen. Test altijd eerst of je ruimte voldoende ‘droog’ is. Met eenvoudige ingrepen zoals een tapijt, gordijnen, een bank met kussens en zelfs een boekenkast kan je de akoestiek al verbeteren. Wil je echt meer uit je geluid halen, overweeg dan zeker om wat akoestische panelen of ‘absorbers’ aan te brengen en vergeet daarbij zeker de hoeken van je ruimte niet. Het doel is om een mooie balans te vinden zodat je ruimte droog klinkt en toch zijn levendigheid behoudt. Daarvoor is de combinatie van absorptie en diffusie noodzakelijk.
Toch nood aan professionele begeleiding? Aarzel niet en neem contact op!
Staande golven komen voort uit basklanken en slaan zich op in de hoeken van een ruimte. Bass traps of basvallen verminderen die bassen.
Als je moet kiezen om één akoestische ingreep te doen, verkies dan bass traps of basvallen boven de ‘gewone’ absorbers.
Om een ‘droge’ ruimte te bekomen, maken we gebruik van absorberende materialen. Maar we willen daarnaast ook een zekere levendigheid behouden. Hier komen diffusors van pas.




